Station Breda is het centrale spoorwegstation van de Nederlandse stad Breda. Het bevindt zich ten
noorden van het centrum van de stad. Omliggende wijken zijn Stationskwartier en Drie Hoefijzers aan de zuidkant,
en aan de noordzijde Belcrum, Doornbos-Linie en Havenkwartier.
Het eerste station in Breda werd geopend op 1 mei 1855, toen de Spoorlijn Roosendaal - Breda werd geopend. Dit
station werd in 1863 door een nieuw gebouw vervangen, toen de lijn naar Tilburg werd geopend. Omdat Breda toen nog
een vesting was en het station onder de beperkingen van de Vestingwet viel, was het zodanig uitgevoerd dat het in
tijden van oorlog snel gesloopt zou kunnen worden.
Na 1880 begonnen de activiteiten op het Stationsplein uit te breiden met de komst van de eerste tramlijnen. De
eerste tramverbinding in Breda was die tussen Breda en Oosterhout geopend op 26 september 1880 van de Zuider
Stoomtramweg Maatschappij (ZSM). In 1884 kwam de paardentram naar Ginneken van de Ginnekensche Tramweg
Maatschappij (GiTM). In 1890 ontstond de lijn naar Princenhage en het Liesbos van de Zuid-Nederlandsche
Stoomtramweg-Maatschappij.
Ook de uit de jaren 1862-1868 daterende stations van Bergen op Zoom, Deventer, Groningen, Maastricht, Venlo en
's-Hertogenbosch waren op vergelijkbare wijze uitgevoerd. Later werden deze door nieuwe (monumentale) gebouwen
vervangen. Breda behield dit oude station tot 1970, toen het (derde) hooggelegen station werd
gebouwd.
Geschiedenis
Na de afscheiding van België in 1830 wilde Antwerpen een verbinding met het Duitse achterland hebben. Door de
politieke spanningen was het goederenvervoer via de Hollandse binnenwateren niet meer gewaarborgd. De Haven van
Antwerpen wilde daarom een verbinding per spoor via Breda, 's-Hertogenbosch en Nijmegen. In 1843 lag er al een
lijn van Mechelen naar Keulen, maar er waren door de l'Etat Belge ook plannen voor Antwerpen. Het plan werd in
1843 gepresenteerd, waarbij er bij Breda een aftakking zou komen naar Moerdijk.
Het Nederlandse Ministerie van Oorlog was bang voor een Belgische aanval op de vesting Breda en gaf een negatief
advies over de bouw van een spoorlijn van Antwerpen via Breda naar het Duitse achterland. De plannen zijn nooit
uitgevoerd. Mede doordat Nederland in iedere verbinding van Antwerpen naar Duitsland een concurrent zag voor de
Haven van Rotterdam. Zeker nadat was gebleken, dat de spoorlijn tussen Mechelen en Keulen een groot succes bleek
te zijn.
Uiteindelijk werd de lijn niet over Breda aangelegd, maar over Roosendaal. Als compromis moest de spoorlijn vanuit
Roosendaal naar Breda gebouwd worden.
In 1860 diende ene E. Jacquemijns, een grootgrondbezitter in Meerle, woonachtig in Gent, een concessieaanvraag in
voor een spoorweg van Breda naar Turnhout. Hiermee zou uiteindelijk een rechtstreekse verbinding moeten komen
tussen Luik en Rotterdam. De Kamer van Koophandel van Breda wist haar zusterorganisaties van Dordrecht en
Rotterdam te interesseren voor dit plan. Het lukte de verschillende besturen de regering van zowel België en
Nederland niet te interesseren voor dit plan. Beide regeringen hadden meer oren naar de belangen van zowel
respectievelijk Antwerpen en Amsterdam. Wel scoorde Tilburg in 1864 met de aansluiting op Turnhout met wat later
bekend werd onder de naam het Bels Lijntje. De aanvraag voor Breda werd in 1868 veranderd. De concessie zou nu een
spoorlijn bevatten van Breda over Ginneken naar Chaam, om bij Baarle aan te sluiten op het Bels Lijntje. Door
geldgebrek liep dit plan op niks uit.
Ook werd bij wet in 1860 vastgelegd voor maar twee rivieroverspanningen. Dit werden de Spoorlijn Utrecht - Boxtel
en de Spoorlijn Breda - Rotterdam. Deze werden geopend in respectievelijk de periode 1868-1870 en 1866-1877. De
bouw van de bruggen over de Boven-Merwede bij Gorinchem en de Lek bij Vianen werden door Rijkswaterstaat sterk
ontraden door de ijsgang in de winter. Een eventuele aansluiting voor de brug bij Culemborg werd niet besproken.
Na de aanleg van verschillende bruggen bleek dat de gevreesde gevolgen meevielen, zeker als de brugpijlers op de
juiste plaats werden gebouwd. De brug tussen Arnhem en Nijmegen in 1879 was de laatste brug over de grote
rivieren, die door de Staat is aangelegd. Dit was bij wet vastgelegd in 1873. Hierdoor was het onmogelijk geworden
om Breda met Utrecht te verbinden. Ook na 1873 zijn er nog concessieaanvragen gedaan, maar ze zijn allemaal op
niets uitgelopen.
Het eerste station
Het eerste station werd gebouwd in 1855 aan de Spoorlijn Roosendaal - Breda. Deze spoorlijn werd gebouwd, omdat
niet Breda, maar Roosendaal de verbinding met Antwerpen kreeg op aandringen van investeerder Gilhoul. Het eerste
station lag ten westen van de Mark en lag in de verboden kring der vesting Breda. Binnen deze kring mochten geen
blijvende gebouwen staan. Dat wil zeggen, dat de gebouwen behorende tot het station Breda van hout moesten zijn.
In geval van nood moesten de gebouwen snel afgebroken kunnen worden, of men moest ze gemakkelijk in brand kunnen
steken. De spoorlijn lag in het verlengde van het schootsveld van de vesting, opdat er geen aanval op Breda per
spoor beraamd kon worden. Het station dat hier werd gebouwd, werd Breda AR genoemd, naar het
investeringsmaatschappij (Société Anonyme des chemins de fer d'Anvers à Rotterdam (AR)) die de spoorlijn heeft
aangelegd.
Het gebouw heeft er tot 1968 gestaan.
Het tweede station
Nadat kabinet-Rochussen op 8 februari 1860 was gevallen door de spoorwegkwestie, trad het nieuwe kabinet-Van
Hall-Van Heemstra al krap twee weken later aan. Dit kabinet besloot om een tiental spoorlijnen in Nederland aan te
leggen op kosten van de Staat. Zo zou Spoorlijn Breda - Maastricht (Staatslijn E) aangelegd worden. De spoorlijn
kreeg de naam Staatslijn E, en zou bij Station Boxtel aansluiten op de Spoorlijn Utrecht - Boxtel, die bekend werd
onder de naam Staatslijn H. Boxtel werd zodoende het spoorwegknooppunt van Noord-Brabant, als compromis tussen de
belangen van 's-Hertogenbosch en Eindhoven.
Om zowel de spoorlijn naar Roosendaal als naar Tilburg te kunnen bedienen, moest het emplacement vergroot worden.
Het emplacement bij het station van de AR was hiervoor te klein. Ten noorden van de vesting van Breda werd een
nieuw station gebouwd, met een groter emplacement. Het station kwam ten oosten van de Mark te liggen op een
landengte tussen twee rechtgetrokken grachten. De Kamer van Koophandel Breda probeerde nog de bouw van het nieuwe
station te verhinderen, maar slaagde niet in deze opzet.
Ook dit station was net zoals het station van de AR eenvoudig in opzet en van hout, omdat ook dit station in de
verboden ring der vesting Breda lag. Vanwege de ligging nabij de vesting Breda werd het revisiebedrijf niet bij
het Station Breda gevestigd, maar bij Station Tilburg. Het nieuwe station kreeg de naam Station Breda
StaatsSpoorwegen, ofwel Station Breda SS.
Slechting van de vestingwerken
Breda had de functie als vestingstad reeds in 1868 verloren. De vestingwerken werden gesloopt. Men begon bij het
gebied dicht bij het station. Ten noorden van het station werd het Lunet Coehoorn ontmanteld ten behoeve van de
verbreding van het emplacement. De Willemstraat werd in 1872 aangelegd en zou als toegangsweg naar het station
moeten fungeren. Deze toegangsweg zou moeten vertakken naar de Korte Bosschtraat en de ander zou rechtdoor door
het huidige Park Valkenberg naar het Kasteel van Breda. Dit hield de Minister van Oorlog tegen, omdat hij grond
wilde afstaan voor een ontsluitingsweg naar het station. Voor het station werd een plein gerealiseerd van 40 meter
breed en 200 meter lang.
Het derde station (tot 2014)
Het stationsgebouw was het derde sinds de opening en was een ontwerp van Koen van der Gaast. Het bestond
voornamelijk uit een hoge overkapping over de twee oorspronkelijke eilandperrons, met daarvoor een eenvoudig
ingangsgebouw (vergelijkbaar met station Tilburg). Opmerkelijk in dit geval was dat het (voormalige) naburige
streekbusstation een kleinere versie van deze overkapping had. Er is nog een derde perron gebouwd, buiten de
overkapping om meer capaciteit te krijgen met de komst van de Fyra. Begin september 2014 werd dit derde station
buiten gebruik gesteld.
Op 6 september 2014 werd het nieuwe station in gebruik genomen. Het oude stationsgebouw en streekbusstation zijn
gesloopt zodat het nieuwe (huidige) station aan de zuidzijde verder kon worden afgebouwd. De oude tunnel evenals
de stadsingang zijn vanaf 6 september 2014 afgesloten en de brede nieuwe tunnel die in 2008 is aangelegd is
geopend.
Huidige station
In het kader van de bouw van de HSL-Zuid en de aansluiting van Breda daarop, is het station van Breda aangepast.
Er is een moderne Openbaar Vervoer terminal verrezen, ontworpen door Koen van Velsen. Naast de drie eilandperrons
voor de treinen bevindt zich een eilandperron voor de bussen dat toegankelijk is via de centrale tunnel (Gravinnen
van Nassau Boulevard). In de stationshal aan de Belcrumzijde bevinden zich diverse winkels en horecagelegenheden.
In het gebouw bevinden zich verder woningen en kantoren. Boven op het complex bevindt zich een parkeerdek dat ook
toegankelijk is voor reizigers (P+R), dit is met de lift bereikbaar vanuit de stationshal centrumzijde en het
plein aan de Belcrumzijde. Ook zijn er plannen voor het World Trade Center Breda. De omgeving van het station is
gemoderniseerd.
De hoofdingang met alle voorzieningen en het busstation liggen aan de noordzijde (officieel
Belcrumkant) van het station. Deze hoofdingang is samen met het busstation op 6 september 2014 in gebruik genomen.
Tevens is een gecombineerde servicewinkel geopend waarbij zowel NS, NS international als de streekvervoerder
Arriva aanwezig zijn. Het station is sinds het voorjaar van 2015 voorzien van een parkeerdak en Breda krijgt op 9
april 2018 - na meerdere keren uitstel - een treinverbinding met de HSL-Zuid richting Antwerpen. Op 24 juni 2016
werd de reizigerspassage aan de centrumzijde van het station Breda opengesteld. De officiële opening van het
station Breda was op donderdag 8 september 2016. Vanwege de opening pendelde een historische stoomtram, de
Ooievaar in het weekend van 10 en 11 september 2016 op de stamlijn.
Bron:Wikipedia.org