BAVEL.INFO

Historische foto,s Bavel en Breda

Geschiedenis van het klooster in Bavel

Beschrijving van Wit Gele Kruisgebouw Bethanie
Inleiding KLOOSTER/KLEUTERSCHOOL annex "WIT-GELE-KRUISGEBOUW" Bethanië" van de Zusters Franciscanessen,
gebouwd in 1922 in Expressionistische stijl, in opdracht van de parochie O.L. Vrouwe ten Hemelopneming.
Het ontwerp is van de Franse Benedictijner monnik-architect Paul Bellot.
Aanvankelijk is het klooster gebouwd voor twaalf zusters, in 1940 uitgebreid tot veertien.
De zusters behoorden tot een onderwijscongregatie waarvan het moederhuis gevestigd is in "Mariadal" te Roosendaal.
Het klooster staat aan de Kloosterstraat pal tegenover de parochiekerk in de kom van Bavel met de korte voorgevel op het zuiden.
Het klooster ligt vrijstaand op het erf. Aan de voorkant een smal erf afgesloten door een laag muurtje met hekwerk.
Aan de westkant van het huis op de begane grond achter de eerste raam- en deurtravee bevond zich tot de uitbreiding van 1940 de vestiging van het Wit Gele Kruis.
In de zestiger jaren kregen zij een eigen onderkomen op een nieuwe lokatie.
Omschrijving Het bakstenen klooster heeft een U-vormige plattegrond met twee bouwlagen voorzien van samengestelde schild- en zadeldaken
met in de oostgevel een gemetselde topgevel boven kapel en kleuterschool.
Centraal tussen de U-vorm van het klooster een eenlaags gedeelte onder plat dak waarin de beide keukens.
Het klooster bestaat uit een voor-, midden- en achterbouw. In de voorbouw,
die hoger is opgetrokken dan de overige gedeelten bevinden zich o.a. op de begane grond de entree,
kamer overste en spreekkamer en op de verdieping de kapel en ziekenkamer, alle herkenbaar aan de variatie in raamtypen.
In de middenbouw beneden de refter, recreatiezaal, de keuken en spoelkeuken met boven de slaapkamers.
In de achterbouw de kleuterschool op de begane grond en boven de droogzolder, logeer- en badkamer.
De architectuur is eenvoudig van opzet.
Het muurwerk bestaat uit machinale baksteen gemetseld in kruisverband,
met meerkleurige baksteen in de bogen.
In de penanten naast de muuropeningen siermetselwerk.
Boven de vensters betonlateien met een oppervlaktebehandeling van uitgewassen grind.
De daken zijn belegd met rode en aan de dakranden grijze in de mozaïek gelegde opnieuw verbeterde Hollandse pannen.
Boven de voordeur een kleine houten luifel met in een nis een beeld van de H. Franciscus.
Typerend voor de stijl van Dom Bellot zijn de vermaarde keperbogen met vallende tand en het baksteensiermetselwerk.
In de kleuterschool komt dit goed tot uiting. De ingangspartij is daarentegen voorzien van een grote segmentboog.
Het schansmuurtje voor het klooster bestaat uit een gemetseld muurtje met hierbovenop een smeedijzeren spijlen hekwerk.
Het interieur is vrijwel authentiek. De gangen, traphal en kapel zijn gestuct met lambrizering van baksteen en horizontale rand, met accenten van geglazuurde baksteen.
De lange gang heeft een onderverdeling in muraal- en segmentbogen gedragen door liseenachtige pilasters.
In het klaslokaal drie erkers met zitnissen. Waardering Het klooster met de inpandige kleuterschool is van algemeen belang.
Het heeft cultuurhistorische waarde als toonbeeld van de ontwikkeling van de katholieke congregaties in het interbellum en als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van het kleine congregatieklooster.
Het heeft architectuurhistorische waarde vanwege de stijl en als voorbeeld van het werk van de monnik-architect Bellot.
Het is gaaf bewaard gebleven en een zeldzaam specimen van het werk van Bellot. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)